Een leven in tassen

Vrijdag 1 mei, Enschede net over het spoor bij het station voor de deur bij de bekendste ijssalon van Enschede. Het is een g of drie als we besluiten een ijsje te gaan eten. Voor de deur bij de ijssalon ligt een man te slapen. Vuile kleding, slippers, al even niet in de buurt van een douche geweest. Ik probeer hem te wekken. Tevergeefs. Hij is in een te diepe slaap verzonken. Een paar jonge gasten proberen het ook en vragen of hij iets te eten lust. Ook geen reactie, de jongens laten wat geld voor hem achter in een papieren beker.
Ik probeer het nog een keer, er is enige beweging, hij doet zijn ogen open en roept wat in het Duits, ik probeer een gesprek aan te knopen maar dat blijkt lastig dus ik laat hem met rust.
Ik wijs hem op het geld dat voor hem is achtergelaten en hij bergt het dankbaar op. Ik ga een ijsje eten en hij begint wat rond te lopen en zoekt aanspraak op het terras. Mensen kijken en reageren niet of staan op en gunnen hem geen blik waardig.
Hij loopt de winkelstraat al mopperend in, mensen kijken meewarig en geven hem afkeurende blikken.
Weer een voorbeeld van zichtbare onzichtbaarheid.
